Winkelmandje
Uw winkelmandje is leeg

VOLGENS MIJ MOET EEN GOEDE FAUTEUIL COMFORTABEL ZIJN. EEN PLEK OM IN TE ONTSPANNEN.

Wanneer je de woning van Henrik Pedersen binnenstapt, merk je dat alles wat je ooit over de beroemde designer hebt gehoord, klopt. Het huis is gebouwd op een exclusieve locatie ten zuiden van Aarhus, de tweede hoofdstad van Denemarken. En ja, net zoals je verwacht is het prachtig ontworpen, ingericht en gemeubileerd. Maar statig en pretentieus is het niet. Het is geen plek die aanzien afdwingt. Het is evenmin een ode aan de esthetische wapenfeiten van de eigenaar. De ruimte is warm en gastvrij, gemaakt om in te wonen. 

Geen wonder dat de 51-jarige grafisch designer en identiteits-, packaging-, meubel- en verlichtingsontwerper vaak beschreven wordt als iemand die met beide benen op de grond staat. Henrik Pedersen ontwerpt voor klanten over de hele wereld en bedacht enkele van BoConcepts populairste producten, zoals de Adelaide-collectie, de Monza-tafel en de iconische Imola-stoel. 

De ontwerpen van Henrik zijn minimalistisch maar warm, luxe die de aandacht trekt zonder een overbodig lexicon van ornamenten en praal. Zijn ontwerptaal is een mix van comfort, natuurlijke rondingen, strakke lijnen en eerlijke materialen. Eerlijkheid is dan ook één van zijn mantra's. 

“Het is steevast mijn uitgangspunt. Als je een opdracht aanneemt die je uit de grond van je hart haat, kunnen er twee dingen gebeuren. Of je faalt hopeloos, of het lukt omdat je geen remmende emoties hebt. Maar in geen van beide gevallen is het leuk. Het is gewoon een job, zonder passie.”

Leven in design

Na een paar minuten in Henriks gezelschap voel je dat de ontspannen, positieve houding die hem kenmerkt als meubeldesigner, diepgeworteld zit in zijn leven en werk. “Ik zit op een paard en heb er absoluut geen controle over [lacht].” Het is belangrijk om niet te veel na te denken over het ontwerpproces, benadrukt hij. Hij neemt zelfs afstand van zijn creativiteit. “Hoe ik tewerk ga? Ik begin er gewoon aan. Ik ga aan mijn tafel zitten met een potlood in de hand. Een innerlijke stem stelt me gerust en overtuigt me dat ik er wel uitkom.” Henrik is duidelijk te bescheiden over de voorbereiding en theorie die ongetwijfeld aan de basis liggen van zijn succesvolle loopbaan. Verder in het gesprek valt die nederigheid wat van hem af. 
“Geest, potlood en papier. En dan de computer. Dat is mijn aanpak. De computer is de vuurproef, want op papier kan alles er geweldig uitzien. Op de computer stelt het ontwerp echter de vraag: ‘Je hebt me hier getekend, maar werk ik ook echt?’. Dat is een belangrijke fase in het proces.” 

“Compromissen zijn onvermijdelijk. Maar compromissen of weerstand zijn niet negatief. Ze helpen je de beste oplossing te vinden. Soms moet je tien, twintig of honderd hindernissen nemen voor je een functioneel product voor een fatsoenlijke prijs kunt maken. Ik moet altijd rekening houden met de functionaliteit, de prijs, de doelgroep, de trends en mijn gevoelens, waar de klant volgens mij grotendeels voor betaalt. Verder is er de input van technici en vaklui. Daarom zeg ik altijd dat design de tegenpool is van kunst. Een kunstenaar drukt zichzelf uit, zonder compromissen. Een designer is echter een katalysator, als het ware een verloskundige die concepten ter wereld brengt.” 

Wanneer we vragen waar hij zijn inspiratie vandaan haalt, krijgen we het eenvoudige, oprechte antwoord dat we eigenlijk al verwachtten en waar we genoegen mee nemen. “Het is nooit een landschap of de kleur van sneeuw. Meestal zijn het alledaagse voorwerpen: de zijkant van een muismat, de stof van een kussen. Vroeger noteerde ik die momenten van inspiratie, maar nu laat ik ze gewoon bezinken en vertrouw ik erop dat mijn geest ze indien nodig zal weten te vinden.”

Bestemd om te worden gemaakt

Wanneer we dieper ingaan op het ontwerpproces van de Imola, komen we iets opmerkelijks te weten: “Eigenlijk was het niet wat BoConcept gevraagd had [lacht]. Ze wilden een heel ander product, een erg klassieke fauteuil. Die liet ik hen zien. Maar ik nam de vrijheid om ook de Imola te laten zien en hun keuze was meteen gemaakt. Iedereen hield van het design, maar ik denk niet dat iemand zoveel succes verwachtte.” De fauteuil werd een echte bestseller en een icoon voor het merk. 

“Ik denk dat het succes van een fauteuil in de ogen van de toeschouwer zit. Als je een iconische stoel wilt, die niet zozeer bedoeld is om in te zitten maar eerder als pronkstuk, dan kies je voor het uiterlijk. Soms ga je in een stoel zitten en voel je meteen dat comfort niet bovenaan de lijst met prioriteiten van de designer stond.” 

We vragen hoe het zijn leven heeft beïnvloed dat hij al na een jaar als meubel- en verlichtingsontwerper een dergelijk iconisch stuk ontwierp. Henrik lacht: “Het had helemaal geen invloed. Ik doe dit niet voor geld of roem. Ik moet natuurlijk de rekeningen betalen, maar ik wil producten ontwerpen die voor de juiste prijs kunnen worden geproduceerd en die klanten overal ter wereld gebruiken. Dat is mijn passie. Ik kijk niet achterom. Ik wil gewoon goede producten blijven maken.” Diezelfde woorden zouden in de mond van iemand anders scepticisme hebben opgeroepen. Maar als Henrik Pedersen het zegt, moet je hem wel geloven.

PRO1B